Naam: SaminemGeboorteplaats: NickerieGeboortedatum: 1935Woonplaatsen: Suriname 1935 - 1954; Indonesia 1954 -Toen we naar Indonesië gingen, heb ik mijn man gevolgd. Zijn hele familie ging naar Indonesië, maar van mijn familie ging niemand, ik was alleen. Ik had twee kinderen toen ik vertrok. De eerste was twee jaar en de tweede was net een maand oud. Wij hadden haar in Suriname nog niet eens geregistreerd.Op de boot was het niet makkelijk om voor kleine kinderen te zorgen. Ik was voortdurend bezig met wasjes en het maken van pap. Zelf voelde ik me niet goed. Ik had hoofdpijn en was duizelig van de reis. Tijdens de bootreis van Nickerie naar Paramaribo huilde mijn baby voortdurend. Ik denk dat het komt door mijn moeder. Die had vast de hele tijd over haar gepraat en aan haar gedacht. Mijn moeder wilde eigenlijk niet dat ik wegging met de baby. Ze wilde dat ik de baby bij haar achterliet.
In het begin, toen we net in Tongar woonden, huilde ik veel. Als ik wist dat het zo zou zijn, was ik niet meegegaan. Het was een zware tijd. Ik bleef bij mijn schoonouders en zij waren erg streng.Het ergste was dat mijn man bij het openkappen van het oerwoud een ongeluk kreeg met de 'kampak' (bijl). Hij verloor veel bloed. Ik dacht: ‘Hoe moet het nu met ons?’ Hij kon drie jaar lang niet werken, daarna ging het langzaamaan beter. Ik heb uiteindelijk 15 kinderen gehad, waarvan er 4 zijn overleden.
Vroeger wilde ik dolgraag terug naar Suriname. Nu niet meer, want ik ben al oud. Ik heb nog steeds contact met mijn familie. In 1997 was familie van mijn 'adik' (jongere zus) Tukinah vanuit Nederland op bezoek geweest bij mij. Ze had mij gezegd: ‘Ayo, kom naar ons.’ Ik zei: ‘Ach laat maar, ik ben al oud.’
Date Submitted: 2011-05-10
De tekst van het volledige interview is in Bahasa Indonesia.
Tot aan 1939 werden circa 33.000 Javanen naar Suriname overgebracht. Na hun contractperiode vestigde de meerderheid zich in Suriname. Slechts een minderheid keerde terug naar Indonesië. De meest beschreven terugkeer is de georganiseerde repatriëring in 1954 van circa 1000 personen naar Indonesië. Deze bestond uit Javaanse ex-contractarbeiders en hun in Suriname geboren (klein)kinderen. Tegen beter weten in kwamen zij niet terecht op Java, maar in Tongar, een plaatsje in West-Sumatra. Daar bleven de meesten niet lang. Hun zoektocht naar een beter leven bracht hen naar andere plaatsen in Indonesië: Pekanbaru, Padang, Medan, Jambi, Jakarta, maar ook opnieuw naar Suriname.Veel minder bekend is de groepsmigratie in 1953 van enkele tientallen Javanen naar het buurland Frans Guyana. Vermoedelijk zijn tot aan het eind van de jaren 60 nog meer personen in groepsverband naar Frans Guyana vertrokken. Tijdens de Surinaamse binnenlandse oorlog weken ook Javanen, vooral vanuit Moengo en Albina, naar Frans Guyana uit. Volgens de Franse bevolkingsgegevens van 2005 wonen momenteel zo’n 1900 Javanen in Frans Guyana.De meest recente omvangrijke landverhuizing van Javaanse Surinamers vond plaats vóór de onafhankelijkheid van Suriname in 1975, dit keer uit Suriname naar Nederland. In de ban van politieke leiders die van mening waren dat de onafhankelijkheid niet goed zou uitpakken voor de positie van de Javanen, vertrokken circa 22.000 Javanen naar Nederland. Onder hen bevonden zich ook degenen die het eerder hadden geprobeerd in Indonesië en in Frans Guyana.Deze meervoudige migratie van de Surinaamse Javanen, is het onderwerp van het levensverhalen project Javaanse Migratie en Erfgoedvorming in Suriname, Indonesië en Nederland. Om van de meervoudige migratiebewegingen en de persoonlijke ervaringen van de Javaanse migranten een helder beeld te krijgen, is een oral history-project opgezet rondom migratie en erfgoedvorming onder de Javanen in Suriname, Indonesië en Nederland.Aan dit project werkten het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) en de Stichting Comité Herdenking Javaanse Immigratie (STICHJI) samen.De interviews zijn te beluisteren op de website van Javanen in Diaspora, de metadata en de samenvattingen van de interviews zijn opgeslagen in EASY.