De top van de bodem bestaat in het gehele plangebied uit een 0,05 tot 3,3 m dikke laag recent verstoorde of opgebrachte grond. Ter plaatse van boring 18 is de laagopeenvolging, net als in het eerder onderzochte noordelijke deel van het plangebied, diep verstoord. De verstoring reikt hier tot een diepte van 6 m - Mv, tot in het keileem. In de zone rondom boringen 19 en 21 is de top van de kleiafzettingen verstoord. Ook is hier vanwege de aanwezigheid van een geul, geen dekzand (meer) aanwezig. In deze zone zijn geen intacte archeologische resten meer te verwachten. In de rest van het plangebied is één of zijn meerdere archeologisch relevante niveaus aanwezig. Globaal gaat het in het westelijke deel om kleiafzettingen (soms op een geulvulling), in het centrale deel om kleiafzettingen en dekzand en in het oostelijke deel alleen om (soms door een esdek afgedekt) dekzand.