Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (18241.002) Stationsstraat (tussen nrs. 13 en 15) te Oosterhout (Gld.)

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting Vanuit het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische waarden daterend uit de perioden Late-Bronstijd t/m de Middeleeuwen. Verzamelde landschappelijke gegevens geven aan dat het plangebied binnen de jongste fase (fase D) van de Ressen stroomgordel ligt. Deze fase kent een periode van activiteit van circa 1050 tot 230 voor Chr. (Late-Bronstijd tot Late-IJzertijd). De ligging van het plangebied binnen een hoger gelegen stroomrug gaf de beschikking over voldoende areaal bouwland (akkergronden) en het houden van vee, en daarmee de ontwikkeling van een nederzetting((s)complex). Ook nadat de Rijn de Ressen stroomgordel definitief had verlaten om vervolgens zuidelijker te gaan stromen, ter plaatse van de Waal, behielden de oude stroomruggen hun relatief hoge ligging in het landschap. Deze gunstige ligging als bewoningslocatie wordt bevestigd door de op verschillende locaties aangetroffen archeologische indicatoren uit de perioden IJzertijd t/m Middeleeuwen, onder andere tijdens grootschalig booronderzoek uitgevoerd voor de Waalsprong. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat verder wel zien dat het plangebied vanaf de tweede helft van de 18e eeuw voor langere tijd in agrarisch gebruik is geweest (akkerland/boomgaard). Het plangebied ligt buiten bekende historische kernen en erven. Archeologische resten worden verwacht in de top van de oever-/stroomgordelafzettingen gesedimenteerd tijdens de actieve fase van de Ressen stroomgordel (jongste fase). Mogelijk zijn deze afzettingen nog afdekt zijn met een pakket oever- en/of dijkdoorbraakafzettingen, ten gevolgde van natuurlijke overstromingen dal wel dijkdoorbraken langs de Waal. Bekend is dat in ieder geval in 1809 en 1820 Oosterhout getroffen werd door dijkdoorbraken, en de dorpskern zich hierdoor noodgedwongen moest verplaatsen.

Resultaten inventariserend veldonderzoek De aangetroffen bodemopbouw tijdens het gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek laat een paleogeografische ontwikkeling zien welke vrij goed overeen met de verwachte ontwikkeling zoals die beschreven is in het bureauonderzoek. In het plangebied komen oever- op kronkelwaard-/beddingafzettingen voor die gesedimenteerd zijn tijdens de actieve fase van de Ressen stroomgordel. Boven het pakket oeverafzettingen komt echter geen jonger afdekkend pakket oever- en/of dijkdoorbraakafzettingen voor. Het plangebied neemt een positie in binnen een relatief hooggelegen deel van de Ressen meandergordel waar afdekking van een jonger pakket oever- en/of dijkdoorbraakafzettingen niet kon plaatsvinden. Dit bleef waarschijnlijk veelal beperkt tot de relatief lager gelegen delen en de restgeulen. Ter plaatse van het plangebied heeft zich van nature een kalkhoudende ooivaaggrond gevormd en de top kent een agrarische bewerking, zichtbaar als huidige bouwvoor. Wat diepere verstoringen hebben plaatsgevonden bij de strook direct langs de Stationsstraat, tot circa 65 cm -mv. Deze verstoringen zijn zeer waarschijnlijk veroorzaakt door de aanleg van nutsvoorziening dan wel voor eerdere wegvernieuwingen. Enkel wat resten machinale baksteenpuin, mortel (portlandcement) en dakpanresten zijn aangetroffen en betreft vrij recent daterend sloopafval. De karterende fase van het booronderzoek heeft verder geen archeologisch relevante indicatoren opgeleverd.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat voor het plangebied, op basis het ontbreken van archeologische indicatoren die kunnen duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats, de hoge verwachting bijgesteld dient te worden naar geen verwachting. De hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten, van complextypen in de vorm van een nederzettingscomplex of huisplaats (Landbouwers) en/of van afvuldumps (daterend uit de perioden Late-Bronstijd t/m Middeleeuwen), wordt hiermee niet bevestigd.

Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen het plangebied geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Een hoge verwachting gold voor de aanwezigheid van archeologische indicatoren in (de top van) het pakket oeverafzettingen gesedimenteerd tijdens de actieve fase van de Ressen stroomgordel (jongste fase), echter deze zijn niet aangetroffen. Ook van mogelijk archeologische relevante lagen is geen sprake (geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een oude woongrond/cultuurlaag).

Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/3XHAYH
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/3XHAYH
Provenance
Creator Broeke, ten, E.M.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, ten, E.M.; Econsultancy; Broeke, E.M. ten
Publication Year 2023
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, ten, E.M. (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief onderzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 14322763
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem