Gespecificeerde archeologische verwachtingVanuit het bureauonderzoek is de verwachting hoog voor de perioden vanaf de IJzertijd. Het plangebied ligt namelijk binnen de meandergordel/stroomgordel van Gameren die actief vanaf circa 1000 voor Chr. tot 90 na Chr. (Late-Bronstijd t/m Late-IJzertijd). Vanaf de IJzertijd zal het plangebied geschikt zijn geweest voor bewoning. Vanaf circa 430 na Chr. ontstond de meandergordel/stroomgordel van de Waal-Merwede en kwam het plangebied landschappelijk te liggen in de oeverzone/oeverwalzone van deze rivier. Hier werden waarschijnlijk opnieuw oeverwalafzettingen gesedimenteerd, bovenop afzettingen die zijn gesedimenteerd tijdens de actieve fase van de meandergordel/stroomgordel van Gameren.Resultaten inventariserend veldonderzoekUit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) blijkt dat de aangetroffen bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit oeverwal-/kronkelwaard- op beddingafzettingen. Afgezien van de huidige bouwvoor hebben geen recente bodemverstorende ingrepen plaatsgevonden en betreft het aanwezige bodemprofiel een kalkhoudende poldervaaggrond. De opgeboorde klastische afzettingen zijn waarschijnlijk gesedimenteerd tijdens de actieve fase van de meandergordel/stroomgordel van Gameren. Er is geen afdekkende laag klei onderscheiden die gesedimenteerd is tijdens de actieve fase van de meandergordel/ stroomgordel van de Waal-Merwede. Mogelijk is deze laag zeer dun geweest en volledig opgenomen in de huidige en recentelijk nog geroerde/verstoorde bouwvoor.Ondanks de bevestiging van een hoge archeologische verwachting op resten daterend vanaf de IJzertijd, op basis van de aangetroffen intacte bodemopbouw, zijn deze in de bovenste oeverwalafzettingen niet aangetroffen. Ook verkleuringen die kunnen duiden op de aanwezigheid van een door de mens gevormde cultuurlaag zijn eveneens niet waargenomen.ConclusieOp basis van het ontbreken van archeologische indicatoren kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet aanwezig zullen zijn. Er zijn dus geen gevolgen voor de archeologie door de voorgenomen bodemingrepen. De hoge trefkans voor de perioden vanaf de IJzertijd dient, op basis van de resultaten van het gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek, te worden bijgesteld naar een lage verwachting.SelectieadviesOp grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen tijdens het onderzoek.Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Zaltbommel hiervan per direct in kennis te stellen.
Date Accepted: 25-06-2021
Date Accepted: 2021-06-25