Plangebied dijkverbetering Wolferen- Sprok te Wolferen, Loenen, Slijk- Ewijk, Oosterhout en Lent, gemeenten Neder-Betuwe, Overbetuwe, Nijmegen en Lingewaard Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) RAAP-RAPPORT 4169

DOI

In opdracht van Combinatie De Betuwse Waard heeft RAAP in september en oktober van het jaar 2019 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Dijkverbetering Wolferen-Sprok te Wolferen, Loenen, Slijk-Ewijk, Oosterhout (Waaldijk/Oosterhoutsedijk) en Lent (Bemmelsedijk) in de gemeente Neder-Betuwe, Overbetuwe, Nijmegen en Lingewaard.

Vrijwel het gehele plangebied bevindt zich op stroomgordelafzettingen. Over het algemeen is binnendijks sprake van oeverafzettingen over beddingafzettingen. In de onderzochte buitendijkse delen is sprake van een dun pakket (vaak verstoorde) uiterwaardafzettingen over oudere oever - en beddingafzettingen. In het deeltracé van boring 155 t/m 184 is waarschijnlijk alleen zand aangetroffen van crevasses die hier in oever - en komafzettingen zijn ingeschakeld.

Het onderzoek heeft zestien vindplaatsen aangetoond. De meeste vindplaatsen zijn aangetroffen binnen zones met een hoge archeologische verwachting, zodat deze verwachting gehandhaafd kan blijven. Alleen vindplaats 1 kende Waarde 1: lage tot middelhoge verwachting en krijgt nu een hoge archeologische verwachting. Ditzelfde geldt voor een deel van vindplaats 2. Vindplaats 6 was een middelhoge verwachting toegekend, maar kan op grond van het veldonderzoek tot een hoge archeologische verwachting worden gerekend. Daarnaast laten delen van het plangebied een dusdanig intact bodemprofiel zien, in combinatie met een hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek, dat ook hier een hoge archeologische verwachting aan toe is gekend. De delen van het plangebied waarin sprake is van verstoring van het bodemprofiel worden een lage archeologische verwachting toegekend.

Om de resultaten van dit verkennend booronderzoek en de daarop gebaseerde archeologische verwachting te toetsen wordt voor de delen die als vindplaats zijn aangewezen en voor de delen met een hoge archeologische verwachting waar ingrepen gepland zijn vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Voor het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek is het opstellen van een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk.

Binnen een groot deel van het plangebied – vooral rond Lent - worden sporen uit de Tweede Wereldoorlog verwacht, van schuttersputten tot loopgraven en stellingen. Een belangrijk deel hiervan zal worden aangesneden binnen de zones waarvoor proefsleuven worden geadvi seerd. Voor de overige elementen uit WOII wordt hier geen nader vervolgonderzoek geadviseerd, zonder een specifieke onderzoeksvraag. Indien bevoegd gezag specifieke onderzoeksvragen heeft met betrekking tot een locatie, of als de uit te voeren proefsleuven daartoe aanleiding geven, kan een uitbreiding van het vervolgonderzoek een mogelijkheid zijn.

Op één locatie in de Loenense Buitenpolder, buitendijks van vindplaats 10, zal een zogenaamd beverscherm worden geplaatst in een zone met een hoge verwachting. Hier wordt geadviseerd de graafwerkzaamheden archeologisch te laten begeleiden. Begeleiding heeft hier de voorkeur boven een proefsleuvenonderzoek, omdat de te graven sleuf zich zeer dicht langs open water bevindt wat een proefsleuf technisch onuitvoerbaar maakt.

Voor de vindplaatsen op en nabij de kasteelterreinen van de huizen Oosterhout en Wolferen zou het wenselijk zijn om door middel van geofysisch onderzoek zicht te k rijgen op de locatie en omvang van het gehele kasteelterrein om context te bieden aan eventuele sporen binnen het plangebied (bijlage 4).

Voor de deelgebieden met een lage archeologische verwachting wordt geadviseerd deze vrij te geven. Binnen de (overwegend) buitendijkse zones met een hoge archeologische verwachting en waar geen ingrepen gepland zijn hoeft op basis van de huidige plannen (13-08-2019) geen vervolgonderzoek plaats te vinden. Bij eventuele aanpassing van de plannen waardoor deze zones alsnog bedreigd worden, wordt geadviseerd verkennend booronderzoek te laten uitvoeren. Naast de ingrepen die zijn voorzien voor de versterking van de dijk, zullen buitendijks enkele gronddepots, loslocaties en aan- en afvoerroutes worden gerealiseerd (A t/m G). Op basis van informatie van de opdrachtgever zal het te verstoren oppervlak per locatie groter zijn dan 2.500 m2, maar zal de verstoringsdiepte beperkt blijven tot 0,3 m –mv. Uitgaande van het beleid van de gemeenten Nijmegen en Overbetuwe, waarbinnen de locatie gerealiseerd zullen worden, zal dit vrijstellingsgrens van 0,3 m diepte niet overschrijden. De betreffende locaties kunnen daarom worden vrijgegeven voor de geplande werkzaamheden. In het geval het niet mogelijk is de diepte tot 30 cm – mv te beperken zal hierover per locatie afstemming plaats moeten vinden met bevoegd gezag. Op basis van omvang en diepte kan alsnog vervolgonderzoek gewenst zijn. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan het vlakschuiven van eventuele bulten of ruggen.

Identifier
DOI http://dx.doi.org/doi:10.17026/dans-zmq-9c9v
Metadata Access https://easy.dans.knaw.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=oai:easy.dans.knaw.nl:easy-dataset:181800
Provenance
Creator Boreel, G.L.
Publisher RAAP
Contributor RAAP
Publication Year 2020
Rights info:eu-repo/semantics/openAccess;License: http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
Contact RAAP
Representation
Language Dutch
Resource Type Dataset
Format .GeoJson;.xlsx
Discipline Archaeology
Spatial Coverage {" "," "}
Temporal Coverage {2020-09-01,2020-07-06,2020-09-01}